Tot de Franse tijd werden de rijken in Leiden begraven in kerken, zoals de Pieterskerk, de Hooglandse kerk en de Vrouwenkerk,en de armen op drie bolwerken. In 1811 verbood Napoleon het begraven in kerken. Voor de Leidse notabelen werd daarom het bolwerk aan het einde van de Groenesteeg ingericht als laatste rustplaats. Stadsarchitect Salomon van der Paauw maakte plannen voor het uitgraven van de wandelpaden, het beplanten van het bolwerk en de bouw van de aula. In 1827 werd gestart met de uitvoering.
Anderhalve eeuw werd er begraven. De bewoners van de zes Groenestegen zagen regelmatig rouwstoeten met zwartebepluimde paarden voorbij trekken. Hoogleraren, fabrikanten, predikanten, kunstenaars en stadsbestuurders vonden er hun laatste rustplaats. Vele lijkredes zijn hier uitgesproken. Hoeveel Leidenaars hebben er niet met een "huilebalk"achter de baar gelopen en hoeveel lieten er niet bij het verlaten van de dodenakker een geldstuk vallen in de collectebus in de muur van de aula met het opschrift "gedenkt den armen" .